Met fipronil besmette eieren en schade: een half ei of een lege dop?

Met fipronil besmette eieren en schade: een half ei of een lege dop?

Geplaatst op

De afgelopen weken stonden de kranten er vol mee: eieren die fipronil kunnen bevatten. Pluimveehouders lijden hierdoor veel schade. De eieren moeten teruggehaald worden, de kippen moeten worden gevoerd terwijl de eieren niet kunnen worden verkocht en de stallen moeten grondig worden schoongemaakt.

In deze blog gaan we in op de schadeposten waar de getroffen pluimveehouders tegenaan lopen, welke risico’s zij lopen en op welke wijze de pluimveehouders actie kunnen ondernemen om hun schade vergoed te krijgen.

Regelgeving

Op basis van Europese regelgeving is fipronil (een biocide) een stof die in principe niet is toegestaan voor gebruik bij pluimvee. Nu de WHO fipronil aanduidt als een ‘matig toxische stof’ zal dit gebruik ook in de toekomst niet worden toegestaan.

In Europese Verordening nr. 528/2012 is opgenomen hoe de toelating van deze stof is geregeld en dat de lidstaten zelf verantwoordelijk zijn voor de controle op het gebruik van deze stoffen.

In de Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden zijn de nationale regels met betrekking tot het gebruik van biociden vastgelegd. In art. 43 is neergelegd dat het verboden is in strijd te handelen met voornoemde EU verordening nr. 528/2012. In art. 90 is opgenomen dat een bestuurlijke boete kan worden opgelegd, in art. 94 dat ook afstemming met het OM kan plaatsvinden indien de ernst van de overtreding of de omstandigheden daartoe aanleiding geven.

Bestuurlijke boete

Eenvoudig gezegd betekent het voorgaande dat het verboden is fipronil te gebruiken en dat aan de overtreders een (bestuurlijke) boete kan worden opgelegd. Dit wordt gedaan door de Minister, waarbij de RVO het uitvoerend orgaan is. Daarnaast kan in ernstige gevallen zelfs overleg met het OM plaatsvinden over strafrechtelijke vervolging.

Naast schade door het moeten terughalen en het voorlopige niet kunnen verkopen van eieren, loopt de financiële tegenvaller dus nog verder op vanwege de bestuurlijke boete die kan worden opgelegd. Deze kan op basis van de bijlage bij de Regeling gewasbeschermingsmiddelen en biociden oplopen tot € 2.500,-.

Wie is overtreder, Chickfriend of de pluimveehouder?

Uit de berichtgeving is gebleken dat de pluimveehouders Chickfriend hebben ingeschakeld: een bedrijf dat bloedluis bestrijdt. Chickfriend heeft het betreffende ontsmettingsmiddel betrokken van een bedrijf uit België. Of de pluimveehouders bekend waren met het gebruik van het niet toegestane middel fipronil, zal mogelijk per geval verschillend zijn. De vraag is dan ook wie in het kader van de bestuurlijke boete de overtreder is en aan wie de eventuele boete kan worden opgelegd.

Eerdere jurisprudentie over het gebruik van biociden lijkt in het nadeel van de pluimveehouders die te goeder trouw waren; het College van Beroep voor het bedrijfsleven, het hoogste rechtscollege in deze kwesties, heeft eerder al meerdere keren geoordeeld dat de eigenaar van een bedrijf, als beheerder, verantwoordelijk is voor activiteiten op dat bedrijf, ook al worden die door een derde uitgevoerd.[1]

Voor pluimveehouders is het van groot belang om met betrekking tot de boete te kunnen onderbouwen dat er sprake is van dwingende bijzondere omstandigheden die maken dat zij in dit geval niet verantwoordelijk kunnen worden gehouden voor het gebruik van fipronil.

Voorts adviseren we in het algemeen de termijn om bezwaar te maken tegen de boete goed in de gaten te houden, omdat deze termijnen streng worden aangehouden.

Verhalen van de schade

De getroffen pluimveehouders hebben hun kippen tegen bloedluis laten behandelen door Chickfriend. Op grond van het Burgerlijk Wetboek is Chickfriend verplicht de schade te vergoeden, die de pluimveehouders lijden als gevolg van de tekortkoming in de nakoming van de verbintenis door Chickfriend, tenzij de tekortkoming Chickfriend niet kan worden toegerekend. De bewijslast dat de tekortkoming niet kan worden toegerekend aan Chickfriend rust op Chickfriend. Hiervan kan bijvoorbeeld sprake zijn in geval van overmacht, of indien Chickfriend bijvoorbeeld in van toepassing zijnde algemene voorwaarden aansprakelijkheid heeft uitgesloten. Daarbij is van belang dat uitsluiting voor eigen opzet of grove schuld veelal nietig is, wegens strijd met de goede zeden.

Men erover zou kunnen twisten of de overeenkomst tussen de pluimveehouders en Chickfriend valt aan te merken als een overeenkomst betreffende het tot stand brengen en levering van een werk van stoffelijke aard, danwel een overeenkomst betreffende het verrichten van werkzaamheden die in iets anders bestaan dan het tot stand brengen van stoffelijke aard.

In het laatste geval merken we de overeenkomst aan als een overeenkomst van opdracht, waarbij moet worden gedacht aan dienstverlening zoals door een accountant, makelaar, architect etc. In het eerste geval spreekt men van een overeenkomst tot aanneming van werk. Volgens de Parlementaire Geschiedenis moet bij aanneming van werk (een werk van stoffelijke aard) gedacht worden aan het bouwen of verbouwen van een bouwwerk of het verrichten van werk van andere aard, zoals de reparatie van een auto of het stomen van kleding.

Gelet op dit laatste is er veel voor te zeggen dat deze overeenkomsten moeten worden aangemerkt als een overeenkomst tot aanneming van werk. In dat geval is de aannemer (Chickfriend) aansprakelijk voor gebreken als gevolg van door de aannemer gebruikte materialen of hulpmiddelen. Dit is alleen anders als het betreffende materiaal of hulpmiddel afkomstig is van de opdrachtgever en deze de opdrachtnemer niet heeft gewaarschuwd voor de risico’s. Daarvan lijkt echter geen sprake te zijn nu Chickfriend zelf met ontsmettingsmiddel is komen aanzetten.

De getroffen pluimveehouders maken derhalve een zeer gerede kans dat Chickfriend aansprakelijk zal worden gehouden voor de door hen geleden schade. Of het tot schade-uitkering zal komen is dan echter nog de vraag. De totaal geleden schade is naar verwachting immens, zodat het hoogst onzeker is of Chickfriend verhaal zal kunnen bieden. Het is voor de pluimveehouders te hopen dat Chickfriend een goede verzekering heeft, waarop men kan verhalen.

Conclusie

Gezien het voorgaande kan de schade voor pluimveehouders door het gebruik van fipronil tweeledig zijn: enerzijds door een bestuurlijke boete, anderzijds doordat eieren teruggehaald moeten worden en de stallen schoongemaakt moeten worden.

Met betrekking tot de bestuurlijke boete wordt geadviseerd om tijdig bezwaar te maken en in te gaan op de omstandigheden die maken waarom de pluimveehouder niet verantwoordelijk is voor het gebruik van fipronil. Voor wat betreft de schade zullen de pluimveehouders zich kunnen wenden tot Chickfriend.

 

 


[1] Zie: CBb 9 november 2011, ECLI:NL:CBB:2011:BU4769, r.o. 5.5 en CBb 23 december 2016, ECLI:NL:CBB:2016:420 , r.o. 6.2.

Deel deze pagina