Waarom de uitsluiting van aansprakelijkheid op dit garderobebordje niet werkt

Afgelopen weekend was ik met vrienden een weekendje weg. Het lukt mij nooit om tijdens vakanties mijn werk als advocaat volledig los te laten, zo ook niet in het café waar wij op stap waren. Mijn oog viel op een bordje in de garderobe:

Op het bordje staat een uitsluiting van aansprakelijkheid, ook wel een exoneratieclausule of exoneratiebeding genoemd. De tekst daarvan luidt: “de directie stelt zich niet aansprakelijk voor eventuele diefstal of schade.”

Nu moet ik als jurist wel vaker gniffelen om dit soort bordjes, maar de tekst van dit bordje spant toch wel de kroon. De uitsluiting is namelijk om maar liefst drie redenen fout:

  1. De directie stelt zich niet aansprakelijk? Ik heb het nog nooit meegemaakt dat iemand zichzelf aansprakelijk stelt. Als sprake is van diefstal van of schade aan mijn jas, dan ben ik degene die iemand aansprakelijk stelt.

     

  2. Bij het afgeven van mijn jas sluit ik juridisch gezien een overeenkomst van bewaarneming met de rechtsvorm waarin het café wordt gedreven. Uit de tekst van het bordje volgt dat slechts de aansprakelijkheid van de directie (bestuurdersaansprakelijkheid) wordt uitgesloten. Het café blijft dus gewoon aansprakelijk. Ik zou niet weten waarom men bestuurdersaansprakelijkheid in dit geval zou willen uitsluiten, aangezien ik mij niet kan voorstellen dat bij schade of diefstal van een jas sprake is van ernstig verwijtbare gedragingen van de directie van het café. Het bordje beoogt de aansprakelijkheid van het café uit te sluiten, maar de tekst sluit daar niet bij aan.

     

  3. Tenslotte staat de uitsluiting van aansprakelijkheid op de grijze lijst van bepalingen die vermoed worden onredelijk bezwarend te zijn. Het café moet daarom bewijzen dat de uitsluiting niet onredelijk bezwarend is, wat in de praktijk erg lastig zo niet onmogelijk is. Degene wiens jas is gestolen of is beschadigd kan daarom een beroep doen op de vernietigbaarheid van deze bepaling. Dit blijkt ook uit een uitspraak van de kantonrechter te Utrecht in een vergelijkbare situatie. Een vrouw had haar jas ter waarde van € 688,-- tegen betaling van € 1,50 opgehangen in de garderobe van een club in Amsterdam. Toen zij de jas aan het einde van de avond kwam ophalen, bleek de jas niet meer aanwezig te zijn. De club beriep zich op (een beter geformuleerd) bordje bij de garderobe. De kantonrechter is echter van oordeel:

    dat de overeenkomst tussen partijen gekwalificeerd dient te worden als een overeenkomst tot bewaarneming en dat, door de jas niet terug te kunnen geven, [gedaagde] toerekenbaar tekort is geschoten in de naleving daarvan. Voorts is bij de beoordeling van belang dat de overeenkomst is gesloten tussen een consument ([eiseres]) en een professionele exploitant van een horeca-onderneming, zodat er (enige) ongelijkheid tussen partijen bestaat. Door in de algemene voorwaarden op te nemen dat de wettelijke bepaling ten aanzien van bewaarneming niet geldend is en dat [gedaagde] tot niet meer dan vergoeding van € 150,00 gehouden is, is artikel 6:237 onder f BW van toepassing en wordt de uitsluiting van aansprakelijkheid door [gedaagde] vermoed onredelijk bezwarend te zijn.” 

De conclusie is dat het café dus überhaupt niet op enige manier haar aansprakelijkheid voor verlies of schade had kunnen uitsluiten, zolang gasten moeten betalen voor het gebruik van de garderobe. Het café kan juridisch gezien de uitsluiting op het bordje net zo goed wegvegen, ook uit oogpunt van klantvriendelijkheid.

Als het gebruik van de garderobe gratis is, dan ligt dat anders. In dat geval is een bordje met de mededeling zoals “Het gebruik van deze onbewaakte garderobe is kosteloos en voor risico van de gebruiker” of een soortgelijke mededeling voldoende om de aansprakelijkheid uit te sluiten.

Overigens heb ik een ontzettend leuke avond gehad.

Deel deze pagina