Ontslag na inzage in privé-WhatsAppberichten: schending van het recht op privacy?

22 januari 2026

Onlangs deed de kantonrechter uitspraak in een zaak waarbij twee werknemers werden ontslagen door hun werkgever na kennisname van negatieve privé WhatsAppberichten op een zakelijke laptop. In deze privéberichten valt te lezen dat de werknemers zich negatief uitlaten over hun collega’s. Voor de werkgever vormde dit een reden om de tijdelijke arbeidsovereenkomsten van de werknemers niet te verlengen. De werknemers vinden dat de werkgever hun privacy heeft geschonden met het lezen van hun privéberichten. Zij vorderen in een procedure bij de kantonrechter een billijke vergoeding vanwege ernstig verwijtbaar handelen voor de werkgever als gevolg waarvan hun arbeidsovereenkomst niet is voortgezet op grond van artikel 7:673 lid 9 BW. In deze blog leest u wat het oordeel van de kantonrechter is.

Feiten

De twee werknemers zijn beide eind 2024 in dienst getreden bij de werkgever op basis van een tijdelijke arbeidsovereenkomst. De werknemers waren werkzaam als kok bij deze horecaonderneming. Beide werknemers zijn goede vrienden van elkaar. Een van de werknemers gebruikt zijn privé WhatsApp-account op de zakelijke laptop van de werkgever. De werkgever wilde op deze zakelijke laptop iets checken en stuitte toen op een openstaande Whatsapp-chat tussen de twee werknemers.

Op 24 juni 2025 confronteerde werkgever de beide werknemers tijdens een gesprek met foto’s van de privé WhatsApp-berichten tussen hen, waarin zij zich negatief hebben uitgelaten over hun collega’s. Er is afgesproken om de situatie de volgende dag te bespreken, maar de werknemers melden zich op 25 juni 2025 ziek. Later die dag worden zij uit diverse WhatsApp-groepen verwijderd met de mededeling dat zij per direct het bedrijf hebben verlaten. De werknemers maken bezwaar en spreken van een ernstige inbreuk op hun privacy. Diezelfde dag bericht de werkgever dat hun tijdelijke arbeidsovereenkomsten niet worden verlengd.

Oordeel van de kantonrechter

De kantonrechter stelt voorop dat de WhatsApp-gesprekken in beginsel privé zijn en vallen onder de bescherming van art. 8 EVRM. Een werkgever mag niet zomaar kennisnemen van dergelijke berichten van de werknemer. Voor een inmenging in het privéleven moet er een dwingende maatschappelijke behoefte bestaan. De werknemers mochten erop vertrouwen dat hun berichten niet door de werkgever zouden worden gelezen, ook al waren deze via WhatsApp Web op een zakelijke laptop zichtbaar. Vaststaat dat de werkgever kennis heeft genomen van privé-informatie die niet voor haar bestemd was. Onzeker is of de leidinggevende bewust toegang heeft gezocht, maar zij heeft wel actief door berichten gescrold, foto’s gemaakt en deze gedeeld. Hoewel de uitlatingen van de werknemers over collega’s onbehoorlijk waren, betreft het uitlatingen gedaan in een privécontext. Door gebruik te maken van deze op onrechtmatige wijze verkregen berichten heeft de werkgever een ongerechtvaardigde inbreuk gemaakt op het door art. 8 EVRM beschermde recht op privacy van de werknemers.

De werknemers vorderen in de procedure een billijke vergoeding op grond van artikel 7:673 lid 9 BW. Op grond van dit artikel kan de kantonrechter aan de werknemer een billijke vergoeding toekennen als het niet voortzetten van de arbeidsovereenkomst het gevolg is van ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van de werkgever. Met andere woorden: er moet een causaal verband bestaan tussen het ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van de werkgever en het niet verlengen van de arbeidsovereenkomst.

De inbreuk die de werkgever heeft gemaakt op de privacy van de werknemers kwalificeert volgens de kantonrechter als ernstig verwijtbaar. De vertrouwensbreuk die tot het niet-verlengen van de arbeidsovereenkomsten leidde, is uitsluitend ontstaan door deze privacy-schending. Het causale verband is daarmee volgens de kantonrechter direct en evident. Op grond van art. 7:673 lid 9 BW hebben de werknemers daarom recht op een billijke vergoeding.

De werknemers vinden zelf een billijke vergoeding van € 30.000, – per persoon passend, bestaande uit materiële en immateriële schade. De kantonrechter stelt vast dat de werknemers geen substantiële inkomensschade hebben geleden. Zij vonden snel ander werk met vergelijkbaar loon en hebben dus geen inkomsten gemist. Bovendien had het dienstverband – gelet op de omstandigheden – volgens de kantonrechter hooguit enkele maanden voortgeduurd. Hoewel psychische of reputatieschade niet objectief is onderbouwd, heeft de privacy-inbreuk bij de werknemers gevoelens van kwetsbaarheid, stress en ongemak veroorzaakt. Deze immateriële gevolgen rechtvaardigen dat een bescheiden immateriële component bij de vaststelling van de billijke vergoeding. De werkgever heeft een ernstige schending van privacy begaan en toont onvoldoende besef van de ernst daarvan. De vergoeding heeft mede daarom een signaalfunctie. Gezien alle omstandigheden van het geval acht de kantonrechter een billijke vergoeding van € 2.000, – bruto per persoon passend.

Conclusie

Uit deze uitspraak van de kantonrechter volgt dat je als werkgever moet oppassen met privé-informatie van werknemers die niet voor de ogen van de werkgever bestemd is. Deze privé-informatie, bijvoorbeeld in de vorm van privé Whatsapp-berichten, vallen onder de bescherming van het recht op privacy zoals vastgelegd in artikel 8 EVRM.

Wij volgen de ontwikkelingen van belangrijke uitspraken en houden u op de hoogte van belangrijke updates. Wilt u niets missen? Volg ons dan op LinkedIn!

Gerelateerde Actualiteiten