Kan nabijheid van de inschrijver een geldig (selectie)criterium zijn bij sociale diensten?

29 augustus 2022

Voor onder andere die vraag zag het Hof van Justitie zich gesteld in een recent arrest (CURIA - Documents (europa.eu)). Het Hof van Justitie beantwoordt deze vraag tweeledig. In de eerste plaats lijkt de eis dat de inschrijver op het moment van inschrijving al in de plaats van uitvoering gevestigd moet zijn onevenredig. In de tweede plaats kan zo’n eis onder omstandigheden echter wel gerechtvaardigd zijn, als deze eis enkel geldt tijdens de uitvoering van de opdracht.

Wat speelde er nu precies?

In de Spaanse regio Valencia geldt een regeling die het onder andere mogelijk maakt dat aanbestedende diensten bepaalde sociale diensten – in de zin van Bijlage XIV van richtlijn 2014/24/EU – voorbehoudt voor non-profit organisaties die gevestigd zijn in het gebied waarbinnen de sociale dienst uitgevoerd moet worden. Enkel organisaties die gevestigd zijn in het betreffende gebied kunnen dan geselecteerd worden om de opdrachtverlening te kunnen krijgen.

ASEDE – de Spaanse vereniging voor thuiszorgorganisaties – heeft een procedure in Spanje aangespannen om de rechtmatigheid van deze regeling te laten toetsen. De hoogste rechter in de Spaanse regio Valencia stelt een drietal prejudiciële vragen aan het Hof van Justitie over de rechtmatigheid van deze regeling. In het bijzonder is de derde vraag van belang, want die strekt ertoe te vernemen of de nabijheid van de dienstverlener op het moment van inschrijven/selecteren een rechtmatig criterium is.

Het Hof van Justitie begint met te benadrukken dat voor sociale en andere benoemde diensten – zoals gespecificeerd in bijlage XIV – een afwijkend verlicht regiem geldt, maar dat de algemene beginselen van het aanbestedingsrecht, zoals het evenredigheidsbeginsel onverkort gelden. Verschillende behandeling van gegadigde partijen kan en mag dus enkel wanneer daarmee een legitiem doel wordt gediend.

Het legitieme doel dat in casu gediend werd, was de toegankelijkheid en nabijheid van sociale diensten. Een dergelijk doel is een legitiem doel, gelet op de doelstellingen van het Europese recht, meer in het bijzonder wat betreft sociale diensten. Echter, het Hof van Justitie meent dat dit doel ook op een minder ingrijpende wijze gerealiseerd kan worden. Het Hof van Justitie geeft duidelijk aan dat de eis dat op het moment van inschrijven/selecteren de dienstverlener al gevestigd moet zijn in het gebied waar de dienst verleend gaat worden, haar doel voorbijschiet en disproportioneel is. Niet valt namelijk in te zien waarom de eis dat de dienstverlener op het moment van uitvoeren van de opdracht in het gebied gevestigd moet zijn, niet dezelfde waarborgen biedt voor toegankelijkheid en nabijheid van de dienstverlening. Een dergelijke eis gaat veel minder ver en sluit veel minder dienstverleners uit, terwijl de nabijheid en toegankelijkheid wel worden geborgd.

Conclusie

Kortom, dit arrest laat duidelijk zien dat nabijheid van de dienstverlener geen geldig selectiecriterium kan zijn bij Europese aanbestedingsprocedures, zelfs niet bij sociale diensten. Aanbestedende diensten kunnen dit echter oplossen in het kader van sociale diensten door te vereisen dat de gecontracteerde opdrachtnemers tijdens de uitvoering van de opdracht een lokale vestiging hebben. Let wel, dit geldt enkel bij sociale diensten, aangezien daar de nabijheid en toegankelijkheid van de sociale dienst een legitiem doel is. Voor andere soorten dienstverlening – oftewel reguliere diensten – is het zeer te betwijfelen of nabijheid en toegankelijkheid wel een legitiem doel is of dat afstand daar geen rol meer zou mogen spelen. Zeker in deze digitale tijd.

Wilt u meer weten over dit onderwerp? Neem dan contact op met Arnold Appelman.

Gerelateerde actualiteiten